Geen blaaspijp-zorg in de Leemput

C.F.U. Stardsprins Martijn

De kop alleen al zegt genoeg: “Prins Martijn en onderdanen kenden geen blaaspijp-zorg.”
Het was duidelijk feest in Utrecht, en niet zo’n beetje ook. In het Herculespaviljoen aan de Lo Bruntlaan werd de nieuwe Prins Carnaval geïnstalleerd en daar liet niemand het glas onaangeroerd.

Prins Martijn de Tweede werd onder luid gejuich uitgeroepen tot stadsprins van Utrecht. De Leemputters, zoals de Utrechtse carnavalsvierders zichzelf noemden, lieten zien dat carnaval hier allesbehalve een bijzaak was. De sfeer was jolig, uitbundig en onmiskenbaar carnavalesk.

Het carnavalsleven speelde zich af binnen de verenigingen, met De Zwarte Katers als toneel van de machtsoverdracht. Volgens de regels moest de nieuwe heerser voortaan de naam “Katers” dragen — iets waar Prins Martijn II zich zonder morren bij neerlegde. Rond de nieuwe prins werd gedanst, gelachen en natuurlijk flink getoost.

Zelfs thuis werd het feest voortgezet. In het Oude Tolhuis begon Prins Catharinus de Zestiende aan zijn korte maar dorstlustige heerschappij over De Muilezels. Zonder zorgen over vervoer of blaaspijpen — want bussen stonden klaar — werd carnaval gevierd zoals het bedoeld is: samen, uitbundig en met een grote knipoog.

Een prachtig tijdsbeeld waarin Utrecht laat zien dat carnaval hier wel degelijk diep geworteld was.

UTRECHT, dinsdag — Utrecht heeft zijn nieuwe Prins Carnaval. Tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Herculespaviljoen aan de Lo Bruntlaan achter de nieuwe Veemarkt werd maandag Prins Martijn de Tweede geïnstalleerd tot stadsprins van Utrecht.

De nieuwe prins, die door de zeer talrijke aanwezigen werd toegejuicht, zei dat hij in de komende carnavalsdagen de „Leemputters” — zo heten de Utrechters in carnavalistijd — op gepaste wijze door de stroom van leut en jolijt zal loodsen. Voorzitter Pas van de federatie van Utrechtse carnavalsverenigingen nam met enige weemoed afscheid van Prins Martijn de Eerste, die vorig jaar als stadsprins met zwier en charme over het Rijk der Leemputters had geregeerd.

Het carnavaleske gebeuren speelde zich af tijdens een bijeenkomst van de carnavalsvereniging „De Zwarte Katers”, die ook haar nieuwe „heerser” moest kiezen. Van tevoren was in de reglementen vastgelegd, dat de Prins van de „Katers” de naam zou moeten aannemen van Prins Martijn de Tweede, hetgeen bij hem beslist niet op bezwaren stuitte.

Het ging allemaal gepaard met heel veel muziek en dol gehossen rond de nieuwe Prins. Na afloop van het dolle feest stonden leden van het Hercules gereed om de feestende leden van de „Zwarte Katers”-familie per auto naar huis te brengen; ondanks „weet je vetje” hebben de „Katers” hun carnavalsfeest dus volop kunnen vieren.

In het „Oude Tolhuis” kreeg de stichting „Carnaval Utrecht” de Muilezels ook een nieuwe Prins: Catharinus de Zestiende ofwel Wim Freriks, oud-lid van de Raad van Elf, die zijn bewind begon met het uitreiken van de nodige onderscheidingen. Ook onder dank onder de Prins en zijn onderdanen „natuurlijk” naar huis zonder zich om blaaspijp-zorg druk te hoeven maken, want er stonden de nodige bussen gereed.