Het is eind januari en in Utrecht hangt de carnaval al duidelijk in de lucht. Stadsprins Martijn VI maakt zich op voor een bijzonder moment: zijn officiële opwachting bij burgemeester Vonhoff. Geen alledaags bezoek, maar eentje met allure, traditie en natuurlijk een flinke knipoog.
Samen met zijn gevolg trekt Martijn VI richting het stadhuis, waar hij met open armen wordt ontvangen. De sfeer is gemoedelijk, precies zoals het hoort bij het Utrechtse carnaval. Er wordt gelachen, gesproken over de betekenis van carnaval voor de stad en vooral benadrukt hoe belangrijk saamhorigheid en humor zijn in deze dagen.
De prins spreekt namens de carnavalsverenigingen van Utrecht en laat horen dat carnaval meer is dan alleen feest: het is cultuur, traditie en een moment waarop de stad zichzelf even niet al te serieus neemt. De burgemeester luistert aandachtig en toont begrip voor het kleurrijke spel dat carnaval heet.
Het bezoek eindigt zoals het begon: met warmte, wederzijds respect en een vooruitblik op een feestperiode waarin de binnenstad weer zal bruisen van muziek, kostuums en vrolijkheid. Een prachtig moment waarin historie, humor en Utrechtse trots samenkomen.

Bron van dit krantenartikel is helaas onbekend.
Stadsprins Martijn VI maakte zijn opwachting bij burgemeester Vonhoff
Woensdag 30 januari j.l. vertrok Zijnde Dorstlustige Hoogheid Prins Martijn VI met zijn hofdames Marijke en Enith en zijn adjudant Wim de Groot vanuit zijn Tuindorp-Oostelijke residentie naar het Stadhuis. Toen het gezelschap arriveerde in het Prinsenlijke koetswachthuis op het stadhuis een groots ontvangst door burgemeester Vonhoff, wethouders, stadsprinsengevolg en veel afgevaardigden van federatie-aangesloten verenigingen. Het was de zevende keer in het bestaan der carnavalsfederatie Utrecht dat de stadsprins werd voorgesteld aan het gemeentebestuur. De karavanen de grote krouders brachten hun feestelijke klanken ten gehore. De Leemputters bliezen een ode op los tussen alle toespraken door.
Burgemeester Vonhoff zei in zijn ontvangstwoord dat hij het prettig vond de stadsprins en zijn gehele gevolg te ontvangen. Voor stadsprins vond hij het een voorrecht zich vrijer te kunnen bewegen, want hij kan altijd zeggen: “Ik weet van de Prins geen kwaad!” Hij was erg ingenomen met de keuze van de Prins, omdat het een zeer bekende carnavaleske figuur in alle delen van Utrecht is. Hij kon niet nalaten om te merken, dat hij graag taart eet. Misschien is dit een reden voor een ons onbekende figuur om hem nou passend wijze een taart aan te bieden. Hij wenste Martijn VI en alle carnavalsfeesten die behoren tot de grote ontspanningsbevordering.
Hierna nam de voorzitter van de Carnavalsfederatie het woord. De heer Ben Mijnders ging geheel in op de woorden van de burgemeester. Namens de federatie bracht hij dank uit voor de ontvangst en sprak over de goede doelstellingen van het carnaval om deze nog verder uit te dragen.
Hij ging nog even in op de grootste uitreiking in Maresca van Martijn VI waar 18 carnavalsverenigingen uit Utrecht bijeen waren en het een groot feest was. Hij sprak over de grote carnavalsoptocht op zaterdag 16 februari a.s. wanneer het carnaval weer over een grootscheepse zal zorgen in de binnenstad. Toch is de chaos van aangename aard. Het Utrechtse carnaval dringt zelfs door tot in het zuidelijke als de brug Vianen gereed is en er menige zuiderling hier carnaval komt vieren en het misschien zo ver is dat de burgemeester zelf het Stadsprinsen-schap zal aanvaarden, kan hij ook eens zeggen datgene wat hij graag wil en kwijt wil, want dan weet hij ook van de Prins geen kwaad!
Groot applaus klonk uit de Stadhuiszaal en tussendoor werd rijkelijk bier en frisdrank geschonken.
Nu was de eer aan Martijn VI om zijn woord te doen en ging in de ooit geschreven woorden van de burgemeester in zijn dagboek: Carnaval is niet zomaar een feest, het is meer. Het heeft inhoud! Het wordt in veel landen gevierd, overal op eigen wijze en in ’s lands sfeer. Hierna overhandigde hij de burgemeester wethouders zijn prinselijke onderscheiding.
Toen kon ons aller ‘Natte Willem’ het natuurlijk niet nalaten om ook het zijne te zeggen. Vorig jaar, zo zei hij, gaf ik kritiek, maar die heb ik nu in de Oude Gracht gekieperd. Dat doet hij overigens nooit meer, want anders maakt hij zich schuldig aan milieuverontreiniging. Het werd goed besteed, vervolgde hij, want enige tijd geleden had hij een jonkie van een brasem zien vangen in de Vecht, waaruit blijkt dat de Vecht weer schoon is. Deze middag was heerlijk, maar het baart ook zorgen als we straks de sleutel van de stad moeten overnemen. Dat doen we op efficiënte wijze en met gecontroleerde overlast, want echt een moeilijke stadhuissleutel ziet men hier niet spreken, en de taak over te nemen hebben we aan alles gedacht. We vragen de directeur van Sociale Zaken een ww-uitkering voor heer Vonhoff, die dan drie dagen ambteloos burger is. En nu moet ik ophouden, want anders zou ik verstandige dingen gaan zeggen! Aldus Willem van Lierop.
Te goeder trouw licht ik toe, dat ‘Natte Willem’ altijd op het stadhuis het slotwoord spreekt. Deze grote carnavalist probeerde er weer met enige stemverheffing, veel humor en vooral blijdschap iets aan de mensen mee te geven.
Een grote polonaise met voor Martijn VI volgende de nodige carnavalsnummers werd door iedereen gezongen. Het was feest op het stadhuis en door de gezellige sfeer liet burgemeester Vonhoff zelfs een afspraak enige ogenblikken uitstellen, zo vernam ik, om nog even te genieten.
J.l. vrijdag vertrok stadsprins Martijn VI vergezeld van adjudant en zijn twee pages per open calèche naar het stadhuis.