Tijdens het doorspitten van onze oude archieven ben ik dit prachtige verhaal tegengekomen. Helaas is mij niet bekend wie de oorspronkelijke schrijver is. Omdat het verhaal zo mooi, uitgebreid en waardevol is voor de geschiedenis van het carnaval in Utrecht, heb ik ervoor gekozen het hier toch te delen.
Mocht u weten wie de schrijver is, of mocht u zelf de auteur zijn, dan horen wij dat uiteraard heel graag. Neem in dat geval gerust contact met ons op, zodat wij dit correct kunnen vermelden.
Met carnavaleske groet,
Jan
(AI Humor)

CARNAVAL IN DE UTRECHTSE SAMENLEVING
Als je gevraagd wordt een artikel te schrijven over het carnaval in Utrecht, stel je jezelf de vraag welke plaats het carnaval hier inneemt. Het is al meer gezegd dat mensen die in dit land leven tot de zeer bevoorrechten behoren. Dit wordt echter veel te weinig beseft. Dat blijkt onder meer uit de wijze waarop zij met elkaar omgaan: er is te weinig bereidheid, tijd en geduld voor persoonlijke contacten en aandacht voor noden en behoeften.
Het carnaval heeft ten doel mensen bijeen te brengen die een aantal keren per jaar met elkaar plezier willen hebben en die dat plezier ook op anderen over willen brengen. Ik ben hierbij aan de leden van de hofhouding en de besturen die belast zijn met de organisaties en voorbereidingen, zoals o.a. besprekingen met instanties, het budget, muziek, zalen versieren, praalwagens bouwen voor de optocht, etc.

Deze taak is, zoals ik zelf vele jaren heb ondervonden, naast de normale maatschappelijke functie lang niet gering, maar als je ondervindt wat voor plezier andere mensen hierdoor beleven, wel erg dankbaar, vooral daar onze bejaarde en gehandicapte medemensen door vele verenigingen bezocht en vermaakt worden.
Hoe is het carnaval in Utrecht ontstaan?
Zoals bekend was het carnaval een puur katholiek feest en doordat na de oorlogsjaren hier veel studenten uit het zuiden studeerden, hadden ook zij er behoefte aan om de jaarlijkse traditie uit hun geboortestreek hier in besloten kring voort te zetten. De verbindingsmiddelen waren toen niet optimaal, dus zij konden het feest thuis niet meemaken en dat is voor een zuiderling het ergste wat hem kan overkomen. Men heeft toen van de nood een deugd gemaakt en een vereniging opgericht genaamd: ‘Balmascecarnavalsvereniging Limburgia’. Dat van deze vereniging uitsluitend zuiderlingen lid konden worden, spreekt voor zich, maar om aan de financiële behoeften te kunnen voldoen, konden wel anderen, dus niet-zuiderlingen, donateur worden. Deze donateurs mochten daarvoor wel een feestavond in het ‘Kalfje’ bijwonen. Er was toen ook al een carnavalsvereniging van spoorambtenaren.

In de jaren 1949-1950 ging de plaatselijke afdeling van de K.A.B. (Katholieke Arbeiders Beweging) haar activiteiten uitbreiden en er werd een reisvereniging gesticht. Na een paar seizoenen wilden vele reislustigen een reünie organiseren met als doel: het uitwisselen van opgedane ervaringen, het bekijken van gemaakte foto’s enzovoort, welke voornemens ook prompt werden uitgevoerd. De tweede avond werd een dolle feestavond met muziek, waarna de opmerking viel: ‘Het lijkt wel carnaval’. Het woord ‘carnaval’ was gevallen en de reünie van 1952 werd een carnavalsfeest; echter zonder een prins Carnaval. Men voelde wel aan dat dit toch niet het ‘echte’ was.
Er werd contact gezocht met een paar Limburgers, waaronder Pierre Huiskens uit Roermond, toentertijd werkzaam als journalist bij het dagblad Het Centrum. Men kwam na ampele besprekingen tot de oprichting van de Carnavalsclub Utrecht. Frits Verhorst, eveneens journalist bij dat dagblad, werd aangezocht om als prins te fungeren en zijn carnavalsnaam luidde: Zijne Dorstluchtige Hoogheid Prins Kanarie I, afgeleid van de K.A.B. Zijn adjudant en stuwende kracht was Pierre Huiskens, als Pierre de Peuteraar. Een Raad van Elf werd geformeerd, waarvan niet minder dan zes slagers deel uitmaakten.
De eerste carnavalsavond werd georganiseerd in Tivoli in 1953 en dit werd een daverend succes. Op een vergadering die daarna volgde was men van mening dat er nog een geschikte naam gevonden moest worden en na enig heen- en weergepraat werd er een opmerking gemaakt dat men allemaal een grote mond (muil) had, maar overigens een stelletje ‘ezels’ was. Uit deze zinsvorming werd de naam ‘De Muilezels’ een feit, de eerste carnavalsvereniging, thans nog steeds bloeiend en bekendstaand onder de naam ‘Stichting Carnaval Utrecht De Muilezels’.

Vanaf die tijd werd er jaarlijks carnaval gevierd in Tivoli, zowel het oude- als het noodgebouw. Toen dit afbrandde moest men elders een onderkomen vinden, wat tot op de dag van vandaag steeds is gelukt, namelijk in het Jaarbeurs-congrescentrum. In die tijd werd ook carnaval gevierd door de carnavalsvereniging van spoorbeambten in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen.
Vanaf die tijd is het bloed bij velen gaan kriebelen, zodat in 1958 Pieter Vroon in zijn café aan de Lauwerecht met enkele andere feestvierders tot de oprichting kwam van de nu nog wijd en zijd bekendstaande carnavalsvereniging ‘De Zwarte Katers’.
De Zwarte Katers hebben vanaf die tijd onder leiding van Pieter Vroon diverse stunts uitgehaald die ook de publiciteit haalden. Zo wist men in 1972 de toenmalige wethouder Willem Vergeer te strikken voor het prinsschap als Prins Felix de Tiende. Daarnaast werd de nu nog steeds in deze functie zijnde senator, de huidige staatssecretaris Piet van Zeil, benoemd, alsmede de erepresident: de toenmalige burgemeester H.J.L. Vonhoff.
De vriendschapsband met ‘Die Lindener Narren’, 1. Karnevalsgesellschaft ‘Blau Weiss Linden’ von 1965 e.V. Hannover, waarmee nog steeds uitwisselingen plaatsvinden, ontstond. Ook bestaat er vanaf 1970 een vriendschapsband met de carnavalsvereniging uit Zell am Mosel en vinden ook hiermee nog steeds uitwisselingen plaats.
Vanaf 1965 zijn nog enkele verenigingen opgericht, zoals de carnavalsclub ‘De Wijk-C Fuivers’, met uitsluitend een vrouwelijke prins als ‘Miss Carnaval’ optredend, de Stichting Utrechts Carnaval ‘De Jokers’, voornamelijk in de wijken Zuilen en Overvecht opererend. Vanaf 1968 de carnavalsvereniging ‘De Kouwe Piepers’ in de wijken Oog in Al en Kanaleneiland en de in 1974 opgerichte vereniging ‘De Herbergers’, die zeer vooruitstrevend is in het uitdenken en uitvoeren van evenementen ten behoeve van o.a. de bejaarden. Deze vereniging heeft het voortouw genomen om na het ter ziele gaan van het jaarlijks bejaardenbal de organisatie daarvan op zich te nemen en op zeer professionele wijze uit te voeren.

De stunts die deze vereniging uitvoert grenzen aan het ongelooflijke. Om maar even wat te noemen: zij hebben op carnavalszondag tijdens de mis gedurende de laatste vier jaren bij de regerende verenigingsprins en de stadsprins o.a. met een grote kraan de flat op tweehoog helemaal dichtgebouwd met zandzakken; het hele huis in de steigers gezet met een schutting eromheen waarop diverse ‘leuzen’ stonden gekalkt; de ramen van een woning helemaal dichtgekalkt; de wagen waarmee in de optocht was gereden compleet op het dak gezet. Onlangs heeft men bij de huidige prins zijn slaapkamer tot op een hoogte van een meter gevuld met piepschuimkorrels die ook wel gebruikt worden bij verpakkingen.
Ik kan me voorstellen dat bij sommigen onder u deze dingen niet sympathiek overkomen, maar als je dit meemaakt in de sfeer van het carnaval, dan beleef je dat heel anders en als je een bepaalde functie daarin ambieert, dan weet je dat daar dergelijke risico’s aan verbonden zijn. Er moet wel even worden bijgezegd dat alles op een verantwoorde manier gebeurt en alles weer netjes wordt opgeruimd.
Om even op de historie terug te komen: in de jaren zeventig zijn de verenigingen als paddenstoelen uit de grond gekomen en momenteel tellen wij al zo’n veertig verenigingen. In 1972 zag Pieter Vroon deze revolutie op zich af komen en hij heeft toen het initiatief genomen tot het in het leven roepen van een overkoepelend orgaan. Hij is gaan praten met De Muilezels, De Wijk-C Fuivers, De Jokers en De Kouwe Piepers in de toenmalige residentie van De Muilezels. Daar was men het al snel met elkaar eens en op 12 oktober 1973 was de ‘Carnavals Federatie Utrecht’ een feit, compleet met statuten en een huishoudelijk reglement die er wezen mochten.
Vanaf dat jaar hebben wij dan ook de jaarlijks terugkerende carnavalsoptocht in de stad, een evenement wat niet meer weg te denken is. Zelf heb ik gedurende zeven jaren het genoegen mogen hebben om deze optocht mede te organiseren, waarvan gedurende vier jaar als voorzitter. Tevens was ik toen bestuurslid van De Zwarte Katers en bestuurslid van de Carnavals Federatie Utrecht.
Toen de federatie een feit was geworden zat men te denken aan een naam voor de prins en voor de stad in carnavalstijd, zoals dat in het zuiden ook een gewoonte is. Over de naam van de prins was men het al gauw eens; de Heilige Martinus is de stadspatroon van Utrecht en zo zou de stadsprins van Utrecht voortaan Prins Martijn heten. Vervolgens is Pieter Vroon in de geschiedenisboeken gedoken en heeft toen gevonden dat de hopman van Utrecht (dat was een soort scout) Leemput heette in de tijd dat Utrecht bezet was door de Spanjaarden. Toen deze Spanjaarden Utrecht uittrokken heeft zijn vrouw Catrijn van Leemput met de bevolking, uitgehongerd en wel, het kasteel Vredenburg bezet met het doel om dit te slopen. Aan de hand hiervan wordt de naam van de stad in carnavalstijd in ‘Leemput’ veranderd.

Daarom is het ook een traditie geworden dat op zaterdagmorgen van het carnavalsweekend om 11.11 uur een trans wordt opgehangen om het standbeeld van Catrijn van Leemput op de Bakkerbrug door de stadsprins, nu inmiddels Martijn de Elfde.
Zoals u nu waarschijnlijk uit dit verhaal wel gemerkt zult hebben is het carnaval niet alleen een mensenmassa van drinkende en uit de band springende mensen, maar kan er wel degelijk inhoud aan gegeven worden. Bijvoorbeeld het volgende. Het oudste lid van De Zwarte Katers, 72 jaar, had een dochter die in Canada woonde. Zij kwam na een paar jaar sparen voor de reis over om haar vader nog een keer in levende lijve te kunnen begroeten. Maar opa was daar niet helemaal content mee. Hij wilde zijn kleinkinderen ook nog wel eens een keer knuffelen, maar helaas was er geen geld voor de overtocht.
Voor De Zwarte Katers geen probleem, want er werd in hun residentie, café ‘De Papegaai’ in de Lauwerecht, een groot spaarvarken op de bar geplaatst en een ieder die het waagde om een onvertogen woord of een vloek te laten vallen, werd direct bestraft met een geldboete. Deze diende direct betaald te worden en werd aangevuld met het tipgeld voor de kastelein. Al het extra geld kwam zo in de ‘vloekenpot’ terecht. Toen het carnaval was afgelopen werd in aanwezigheid van de gehele hofhouding het spaarvarken opengebroken en de inhoud geteld.

Het resultaat was tot ieders blijdschap en vooral voor opa Van Berkel verbluffend; de reis kon betaald worden en er was zelfs nog over, zodat er ook nog een nieuw pak kon plus nog enkele weken huur om zijn huisje door te betalen. Toen de grote dag kwam dat opa naar Schiphol zou gaan, werd er een bus gehuurd en onder geleide van een groot deel van de hofhouding werd hij, compleet met een kapel, voor de trap naar het vliegtuig afgezet. Tevens waren er een aantal journalisten van verschillende kranten, een radiowagen, de televisie en de radio Wereldomroep bij aanwezig.
Ruim vier maanden is opa Van Berkel bij zijn dochter met haar gezin in Canada geweest.
Leve het Carnaval! Alaaaaaaaf…
