Maandag 11 februari was het weer carnaval voor de bewoners van het complex. Opmerkelijk was dat de laatste tijd veel bewoners zwegen over de kleding waarmee zij naar de carnavalsavond zouden komen. Het moest een verrassing zijn.
Om half acht in de avond werd in de prachtig versierde grote recreatiezaal de koffie geschonken met wat lekkers erbij en de kapel van de Kamerijneblaezers liet reeds haar eerste klanken horen en bracht met haar muziek de carnavalsstemming er in.
Opvallend was dit jaar de prachtige en mooie en ook originele costumering, zowel bij de bewoners als bij de medewerkers. Wij zagen clowns of ze zo uit het circus waren weggelopen, haremdames, ’n Tiroler jager, ’n sjeik, madame fatale, J.R. uit Dallas, een schoorsteenveger, twee rolstoelbezitters die hier een t.v. op hadden gezet, waar zij zelf doorheen keken, een kok die ze iedere donderdag bruin bakt, een grote gele bij, Spanjaarden, zigeuners, matrozen, ’n bloemenmeisje en nog meer gevarieerde costumering. Het was een lust voor het oog.
Om half negen maakte de carnavalsvereniging d’Opsnaaiers hun intocht voorafgegaan door de boerenkapel “De Keienblazers” onder leiding van de heer Johan Steen. Direkt was het polonaise lopen en wie in een rolstoel zat werd meegeredend, zodat ook zij aan het plezier konden deelnemen.
De directeur, de heer H. A. M. van Rensen, verwelkomde Z.D.H. Prins Henrico I en zijn prinses Mariëlla, het bestuur en de hofhouding en de dansgarde van de carnavalsvereniging d’Opsnaaiers en tevens de boerenkapel “De Keienblazers”, die geheel belangeloos hun medewerking hadden toegezegd.
In zijn antwoord gaf Z.D.H. Prins Henrico te kennen dat hij blij was met het bezoek aan de Bijnkershoek, ook gezien de relatie die hij had met de directeur betreffende hun posities. De Hoogheid was van de tongriem gesneden en wist het geheel aan elkaar te smeden.
Na het voorlezen van de elf regels barstte het feest goed los. De polonaises volgden elkaar op en menig dansje werd er gemaakt en de ene na de andere carnavalshit werd gezongen.
Tweemaal trad de dansgarde op en gaf een bepaalde sfeer aan het geheel van de avond, daar het optreden van de dansmariekes zeer gewaardeerd werd en hun dansen dan ook werden beloond met applaus.
Ook op deze avond werden carnavalsonderscheidingen uitgereikt aan personen met verdiensten. Bewoners werden geëerd voor wat zij doen op welk terrein dan ook. Ook de heer Van Rensen reikte persoonlijk de Bijnkershoek-onderscheiding uit aan de prins van d’Opsnaaiers en gaf deze ook aan de kapelleider van de Keienblazers, Johan Steen, voor hun belangeloze medewerking.
De verzorging van de bezoekers aan dit feest was in handen van de medewerkers en vrijwillige medewerkers en iedereen werd voorzien van zijn drankje en hapje.
Het was reeds middernacht dat de laatste polonaise werd gelopen, na het afscheidswoord van de Prins die de Bijnkershoek een muurrton aanbod voor de bar. Een geslaagd carnavalsfeest waar iedereen van genoten heeft.
Bron onbekend
